Onderzoek zuurstof Grevelingen

1-9-2011

Internationaal consortium onderzoekt zuurstof Grevelingen

Een internationaal consortium onderzoekt dit najaar de zuurstofcondities in de Grevelingen. De onderzoekers doen dit aan de hand van eencellige organismen met een schelpje die in dit meer op grote schaal voorkomen.

Met deze extra kennis kan beter worden voorspeld wat het effect zal zijn van bepaalde ingrepen in het systeem, zoals het herintroduceren van getij. Een andere belangrijke uitkomst is de chemische staat van de waterbodem. Daarmee hopen de onderzoekers iets te kunnen zeggen over wanneer onomkeerbare schade aan de bodem optreedt en over een mogelijke bijdrage aan het opruimen van de bacteriematten op de bodem van de Grevelingen (zie foto).

De zuurstofloosheid van de Grevelingen is een complex probleem dat ook in andere watersystemen voorkomt. De eencellige organismen, foraminiferen, die worden onderzocht hebben twee eigenschappen. Ten eerste zijn ze met heel veel en hebben ze een snelle voortplantingscyclus. Hierdoor reageren ze snel op veranderingen in een watersysteem en zijn deze veranderingen snel te meten. Ten tweede blijven de schelpjes in het sediment bewaard, waardoor ze ook informatie geven uit het verleden.

TNO voert deze zomer een studie uit naar de veranderingen in de populatie van deze diertjes sinds de Grevelingen is afgesloten. Tegelijkertijd wordt door de Universiteit van Angers (Frankrijk) heel nauwkeurig gekeken naar de huidige populatie en de verschillen in de populatie tussen zomer en winter en tussen verschillende locaties. Aanvullend hierop worden door de Universiteit Utrecht laboratoriumexperimenten gedaan die het herstelvermogen van de populatie in beeld brengen. Door deze drie onderzoeken samen te brengen kunnen conclusies getrokken worden over de leefcondities en herstelmogelijkheden van deze diertjes. Tegelijkertijd probeert de Universiteit Utrecht in beeld te brengen of deze kleine schelpdiertjes een bijdrage kunnen leveren bij het opruimen van de bacteriematten.

De bodempopulatie is niet alleen afhankelijk van de hoeveelheid zuurstof in het water, maar vooral ook van de hoeveelheid zuurstof in de bodem. De Universiteit Utrecht en het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek (NIOO) onderzoeken daarom samen welke chemische processen zich in de bodem afspelen en wat de gevolgen hiervan zijn op het herstel van de hoeveelheid zuurstof in de bodem.

Eind 2011 worden de eerste resultaten verwacht.

Reageer
Wilt u reageren op dit onderwerp? Vul dan uw reactie hiernaast in.